Het Ratinginstituut Financieel Dienstverleners (RiFD) publiceert regelmatig actuele, cijfermatig onderbouwde, ontwikkelingen en trends in de intermediaire markt. In het eerste kwartaal van 2017 verschenen al de specials: Leeftijd bestuurders en Aandeel vrouwelijke bestuurders.

Dit keer komt RiFD met een vergelijking van de intermediaire markt in 2016 met die van 2015.

SAMENVATTEND en OPVALLEND

  • Het aantal intermediaire vestigingen blijft gelijk en het aantal kantoren daalt. Maar minder sterk dan voorheen. Het tempo van de krimp van het aantal kantoren neemt af.
  • De financiële gezondheid is in 2016 verbeterd ten opzichte van 2015.
  • Startende kantoren positioneren zich steeds minder als allround kantoor. Veel startende kantoren richten zich op één verzekeringsbranche of op één marktsegment of beperken zich tot schadeverzekeringen.
  • Een groot deel van de gevolmachtigd agenten voldoet niet aan de in de branche vastgestelde solvabiliteitsnormen

INTERMEDIAIRE ADVIESMARKT IN AANTALLEN

In omvang is de intermediaire markt in 2016 gelijk gebleven ten opzichte van 2016. Het aantal kantoren nam weliswaar af tot 6.580 kantoren (-4%), maar het aantal vestigingen bleef gelijk (8.020). Er zijn dus steeds meer kantoren met meerdere vestigingen.

Het negatief saldo van startende en stoppende kantoren met een zelfstandige vergunning (dus exclusief de aangesloten instellingen) is afgenomen van -284 in 2015 naar -209 kantoren in 2016. Het tempo van de krimp van het aantal kantoren neemt dus af. Opvallend daarbij is dat het aantal startende kantoren is gestegen en het aantal stoppende kantoren gedaald. Ondernemers zien dus meer kansen dan in 2015. Overgenomen kantoren worden veelal aangesloten instelling bij de overnemende partij.

De volmachtmarktdikt verder in, te weten minus 10%. Dit geldt voor zowel het aantal gevolmachtigden als het aantal volmachten. Hier geldt dat kleine gevolmachtigden ermee stoppen of worden overgenomen. Het terugtrekken van een aantal verzekeraars uit de volmachtmarkt doet het aantal volmachten eveneens verder dalen.

De werkgelegenheid in de sector is volgens de gegevens van de Kamer van Koophandel zelfs iets toegenomen circa 250 FTE tot 32.500 FTE eind 2016. Hoewel we weten dat dit cijfer kan afwijken van de werkelijkheid, is de gesignaleerde trend wel een positief signaal voor wat betreft het ondernemersklimaat.

STARTENDE KANTOREN NADER BEKEKEN

RiFD heeft de in 2016 gestarte kantoren, met een zelfstandige vergunning, nader bekeken. Veruit de meeste kantoren zijn hypotheekkantoren (23%). En dan kijken we nog niet eens naar de nieuwe (hard)franchisenemers die onder een collectieve vergunning van de franchisegever zijn gestart (nog zeker 10%). Daarnaast valt op dat nog maar een kleine 20% een zogenaamd allround kantoor is. Het RiFD constateert dat startende kantoren zich steeds meer positioneren als schadekantoor (MKB of particulier), financieel planner of specialist (expats, kredietverzekeringen, pensioen etc.).

GEZONDHEID VAN DE SECTOR

De gezondheid van de sector is verder verbeterd. Het percentage bedrijven met een onvoldoende credit rating is gedaald tot net onder de 20% (was 22%). Dit zijn toch nog ruim 1.600 kantoren.

Uit de gedeponeerde jaarcijfers blijkt dat ook de liquiditeits- en solvabiliteitsratio’s verder zijn verbeterd. Het percentage bedrijven met een negatief eigen vermogen is gedaald naar 22,4% (was 25%). We moeten ons realiseren dat de verbetering gebaseerd is op de cijfers 2015 ten opzichte van 2014. In 2016 zal deze trend zich waarschijnlijk voortzetten. Nu de cijfers beter zijn daalt ook het percentage intermediairs die niet deponeren bij de Kamer van Koophandel naar 15% (was 16%). De verbeterde vermogenspositie heeft nog niet echt geleid tot een betere betaalmoraal. Het percentage intermediairs met een onvoldoende betaalscore is nauwelijks gedaald. Dat is nu 15,0% en was 15,6% in 2015.

RiFD heeft ook de in nieuwe VSV (Voorbeeld Samenwerking Voorwaarden overeengekomen tussen NVGA en het Verbond) voor gevolmachtigden (assuradeuren) vastgelegde normen voor solvabiliteit en liquiditeit tegen het licht gehouden. Het blijkt dat 33% van de gevolmachtigden niet aan de solvabiliteitsnorm van 20% (eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal) voldoet. Er is wel sprake van een lichte verbetering ten opzichte van 2015. Toen voldeed 36% niet.